Interventie management

Het Instituut vindt haar oorsprong in het Research project KKK dat een aantal jaren geleden in opdracht van Ernst & Young Executive Temporary Management is uitgevoerd. Jos van Wijgerden, Dr. Piet Grinwis, Prof.dr. Arie de Ruijter, Prof.dr.mr. Leo Witvliet actief in dat project kunnen worden gezien als de grondleggers van het Instituut. De laatste twee maken deel uit van het huidig bestuur van het Instituut voor Interventiemanagement.

Executive Master Interventie Management

Organisaties kunnen in deze tijd niet meer volstaan met het formuleren van enkelvoudige doelstellingen. Bij strategie gaat het niet alleen om de wensen van de eigen klanten, maar ook om wensen van burgers in het algemeen. Niet alleen om positionering ten opzichte van concurrenten en ketenpartners, maar ook om positionering ten opzichte van de politiek en/of de overheid.
meer over de Leergang Exective Master Interventie Management
meer over interventie ondersteuning

Future Vectory’s
Future Vectory’s is in 1998 ontstaan vanuit een globaal netwerk van specialisten die behoefte hadden aan versnelling van innovatie. Prof. dr. mr. Leo Witvliet, oprichter van Instituut Interventie Management en verbonden aan Business Universiteit Nyenrode, is bedenker en inspirator van Future Vectory’s.
meer over Future Vectory’s

Learning Groups
Kenmerken van de leergemeenschap (leergroep) zijn (a) gerichtheid, (b) praktische oriëntatie en (c) collegialiteit. Als zodanig vormt de leergemeenschap een specifiek middel om via verschillende wegen de aard en de kwaliteit van het eigen werk als professional te verbeteren. Hierbij zijn de cursisten in zekere zin tevens bronnenmateriaal dat in de leergang een centrale rol vervult.
meer over Learning Groups

 

 

 

 

Ad. a Gerichtheid: een leergroep reflecteert op en werkt langs vele wegen aan verbetering van het werk. Zij doet dat gericht en ongericht tegelijkertijd. Een leergemeenschap is gericht omdat er uit de veelheid van mogelijkheden telkens voor een bepaalde periode een keuze wordt gemaakt, zij is echter tevens ongericht in die zin dat leden van de leergroep zelf met elkaar vaststellen wat de professionele problemen, potenties, kansen, uitdagingen, bedreigingen zijn waaraan de leergroep gaat werken. Dit wordt niet bepaald door personen van buiten. Bovendien kan de keuze telkens worden herzien. Het kan dus vele kanten op, welke kant het ook wordt, steeds gaat het om de verdere professionalisering van de betrokken beroepsbeoefenaren die bijeenkomen om hun vak beter te kunnen uitoefenen. Een leergroep moet echter wel een exemplarisch vraagstuk gaan behandelen, waarin een fundamentele kwestie van hun vak aan de orde is. Het moet kunnen fungeren als een soort sleuteleergroepat.

Ad. b Praktische oriëntatie: een leergroep kan op vele manieren te werk gaan. Met elkaar studeren, een werkbezoek afleggen, een studiereis maken, vakliteratuur aan elkaar doorspelen, samen publicaties lezen en becommentariëren, uitnodigen van sprekers, cases schrijven en bediscussiëren. Hierbij gaat het er om elkaar te helpen het werk beter te doen waarbij bronnen die nuttig lijken (van ‘hoog wetenschappelijk’ tot ervaringskennis) worden gebruikt. Ze observeren, vertellen, schrijven, analyseren, opiniëren e.d. maar hoe dan ook ze zullen vooral kennis en inzichten gaan delen, vermeerderen en borgen.

Ad. c Collegialiteit: een leergroep is samengesteld uit professionals, werkzaam in dezelfde ‘branche’ of hetzelfde bedrijf. Hierdoor is het mogelijk te laten zien wat men goed kan en weet, maar ook waar men nog wat kan leren. Dat impliceert dat men zich kwetsbaar moet kunnen en durven opstellen, dat men daardoor leert zien waar het niet goed gaat, waar vragen liggen, waar nieuwe mogelijkheden zich aandienen. Men is dus op elkaar aangewezen, op elkaars inzet en deelname in een op te bouwen sfeer van veiligheid en dus vertrouwen.

Een leergroep is natuurlijk een plaats om elkaar moed in te spreken en om frustraties af te reageren, maar dat is een bijproduct. Een leergroep is eerst en vooral een specifieke wijze van professioneel leren, van verkrijgen en verbeteren van competenties. Het is geen therapiegroep, geen denktank, geen gewone leergang, geen kritisch forum, geen leesclub. Een leergroep is voor de betrokkenen een ‘laboratorium’, een kader om te ‘experimenteren’.

Hiertoe worden drie grondvormen van leren in wisselende combinatie ingezet:

Het leren van elkaars ervaringen, waarbij m.n. interviews en casusbeschrijvingen diepgaand verkend en geanalyseerd worden. Deze casusbeschrijvingen kunnen al dan niet in dagboek- of logboekvorm gegoten worden; ze moeten wel als narratief te duiden zijn. In een narratief worden emotionele en rationele drijfveren zodanig met elkaar verweven dat existentiële momenten en vraagstukken oprijzen.
Het leren uit voorbeelden, waarbij best practices en best persons (leermeesters) worden ‘geïmiteerd’ (‘doe het eens zo in plaats van zus’, of in de vorm van een vergelijking tussen werkwijzen en opvattingen van het ‘voorbeeld’ ten opzichte van ‘eigen functioneren’.
Het leren via instructie, waarbij het model van de ‘geprogrammeerde cursus’ dominant is en waarbij presentaties van experts en het gezamenlijk bespreken van de nieuwste literatuur de kern vormen.

Ondanks de nadruk op zelfwerkzaamheid en zelforganisatie zijn hoogwaardige begeleiding, verstandige structurering van de processen, uitwerking van leerstrategieën en een daarbij passend aanbod van leermiddelen gereedmaken noodzakelijk. Een leergroep kost tijd, geld, denkkracht, energie van zowel de betrokkenen als van externe begeleiders. Zo moet wetenschappelijk onderzoek en begeleiding een kwaliteitsborging garanderen en bewaken.

Infographic LearningGroup